Loomancoaching
Gepubliceerd: Saturday 20 December 2008 hits: 5742

Want STARTERS zijn van alle leeftijdsgroepen het vaakst opgebrand.
Herken je jezelf in de volgende eigenschappen:

 

  • Je maalt ‘s avonds en droomt ‘s nachts over werk.
  • Werk is ‘s ochtends het eerste waar je aan denkt als je opstaat.
  • Je hebt moeite naar je werk te gaan: je moet jezelf erheen ‘trekken’.
  • Je hebt nauwelijks zin meer in seks en drinkt te veel alcohol.
  • Je bent snel geïrriteerd en eigenlijk altijd moe.

Van de werknemers tussen de 25 en 34 jaar heeft 12 procent last van burn-outklachten. Onder lageropgeleiden en vrouwen komt een burn-out het vaakst voor.

Rotterdam. Eerst kreeg hij griep, toen longontsteking, daarna pfeiffer en toen lag hij er een vol jaar uit. Een totale meltdown, noemt hij het. „Zelfs de telefoon pakken was te veel, daar moest ik een avond van bijkomen.”

Paniekaanvallen

Arend, nu dertig jaar, brandde tijdens het tweede jaar van zijn biologisch promotieonderzoek in de biologie helemaal op. Hij wil liever niet met zijn achternaam in de krant, hij is bang voor negatieve associaties.

Hij kon het zien aankomen. Hij at slecht, rookte te veel, dronk te veel, werkte te hard. Hij ging slechter slapen, kreeg paniekaanvallen. „Maar ik moest eerst over de kop gaan, voordat ik mezelf kon overtuigen dat het zo niet ging. Ik kreeg signalen genoeg.”

Fysiek en mentaal uitgeput

Mensen met burn-out zijn fysiek en mentaal uitgeput, volgens de definitie van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Hoogopgeleide mensen, en dan vooral vrouwen, lijken opvallend vaak burn-outs te krijgen. Een probleem dat vaak voorkomt bij een eerste baan, lijkt het.

Dat beeld klopt, blijkt uit cijfers van het CBS. Van de mensen tussen 25 en 34 jaar had in 2004 12 procent burn-outklachten, het hoogste percentage van alle leeftijdscategorieën. In 2000 was dat nog maar 6 procent. Vrouwen hadden in dat jaar iets meer last van burn-out dan mannen: 11 tegen 10 procent.

Hoogopgeleiden

Dat opbranden vooral een probleem onder hoogopgeleiden is, klopt echter niet. Mensen met een vmbo-opleiding hebben het meeste last van burn-out, gevolgd door mensen met niet meer dan de basisschool. Het CBS merkt op dat werkdruk, zeggenschap en ontplooiingsmogelijkheden veel meer zeggen over het risico op een burn-out dan factoren als aantal werkuren, leeftijd, geslacht en beroepsniveau. In banen waar geen ruimte is om invloed te hebben op de uitvoering en het werktempo – vaak banen voor lageropgeleiden – raken mensen eerder opgebrand.

Velen zien een burn-out al jaren van tevoren aankomen. Ik werkte elke dag over. Iemand kan dan wel zeggen dat je het rustig aan moet doen, maar dan denk je: wat weet jíj van mijn werk? Je luistert toch niet. Totdat je lichaam de boel platlegt.”

Fasen van burn-out die Martine Timmermans onderscheidt:

1. „Je bent keihard aan het werk en krijgt het gevoel dat het allemaal niet meer zo goed lukt. Thuis en op je werk komt er niet meer zoveel uit je handen. Je gaat slecht slapen, of meer drinken, je hebt geen zin in seks meer, je effectiviteit op je werk gaat omlaag.”

2. „Je ervaart strijd op alle fronten. Je krijgt gedonder thuis, met je vrienden, op je werk. Je hebt het idee dat je een ander persoon wordt. Het beeld van jezelf dat je alles aankunt begint af te brokkelen.”

3. „Je voelt je volslagen hulpeloos en je ervaart een innerlijke leegte. Je voelt eigenlijk niks meer, je bent mat. Het lichtje gaat een beetje uit.”

4. „Je zit thuis, er komt niks meer uit je handen. Je ligt weken in bed, liefst met een deken over je hoofd. Als je zover bent, en dat komt gelukkig niet zo vaak voor, ben je wel een paar maanden bezig met de burn-out.”

Koppigheid

De koppigheid is een deel van het probleem, denkt Arend. Koppige mensen zijn misschien juist de mensen die sneller een burn-out krijgen. Ze zijn gedreven en werken hard om hun idee af te krijgen. Dat zijn eigenschappen die nodig zijn om een goede onderzoeker te worden. Perfectionisten, controlfreaks, mensen die zich laten leiden door de buitenwereld of aardig gevonden willen worden, aanhouders, doorbijters. En vrouwen. Zij hebben net iets vaker een burn-out, zegt burn-outcoach Martine Timmermans van coachingbureau Take Charge. Een aanzienlijk deel van haar klanten bestaat uit vrouwen; Vrouwen hebben als bijkomend nadeel dat ze alles zelf willen regelen en zich verantwoordelijk voelen. Ze willen er niet de kantjes vanaf lopen. Maar soms is goed ook gewoon goed genoeg.”

Ik voelde niks meer

Zelf kreeg Timmermans anderhalf jaar geleden een burn-out. Midden in een drukke baan, na een verhuizing. „Ik had een prachtig huis, drie kleine kindjes, een fantastische man. Maar ik voelde niks meer.” Timmermans is expert in de behandeling van burn-outs, maarmet die kennis voorkom je nog geen burn-out, zegt ze. „Mensen weten het allemaal wel, maar ze krijgen het zelf niet voor elkaar.” Een coach kan dan helpen, zegt Timmermans, omdat vreemde ogen dwingen. „Bovendien betaal je voor een coach, dat helpt om je aan afspraken te houden.”

Arend kwam er ook niet uit zonder hulp. Hij klopte na een vruchteloze therapie aan bij een reguliere psycholoog van een gespecialiseerd centrum voor arbeid en psycheArend: „Op den duur zie je gewoon niet meer hoe het beter moet. Dan is het fijn om gesteund te worden. En om te horen dat het normaal is wat je meemaakt.”

Arend begon met twee uur per week en werkte na een jaar weer fulltime. „In rap tempo rondde ik daarna mijn proefschrift af. Ik dacht dat mijn carrière voorbij was toen ik instortte, maar dat bleek onwaar. Ik voel me nu sterker dan voor ik ziek werd.”

Advies: luister naar de signalen en ga met iemand praten.